De federale ministerraad heeft op 24 april 2026 een hervorming van de vennootschapsbijdrage goedgekeurd. Het wetsontwerp ligt momenteel voor advies bij de Raad van State en zal daarna ter stemming worden voorgelegd aan het Belgisch Parlement. De nieuwe regeling zou, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring, al ingaan voor de bijdragen verschuldigd vanaf 2026.
De belangrijkste wijziging is de invoering van een nieuw progressief systeem. Waar vandaag nog gewerkt wordt met een kleine en een grote vennootschapsbijdrage, komen er voortaan vier verschillende bijdragecategorieën. De hoogte van de bijdrage blijft bepaald op basis van het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar, bekeken op 1 januari van het bijdragejaar.
Voor 2026 gelden de volgende geïndexeerde bedragen:
- 393,11 euro voor vennootschappen met een balanstotaal tot 879.163,44 euro
- 1.023,95 euro voor vennootschappen met een balanstotaal boven 879.163,44 euro en tot 5.119.715,68 euro
- 1.535,91 euro voor vennootschappen met een balanstotaal boven 5.119.715,68 euro en tot 10.239.431,35 euro
- 2.047,89 euro voor vennootschappen met een balanstotaal boven 10.239.431,35 euro
Daarnaast bepaalt de hervorming dat vennootschappen waarvan het balanstotaal nog niet gekend is, automatisch de laagste bijdrage verschuldigd zijn. Voor 2026 bedraagt die 393,11 euro.
Een andere belangrijke nieuwigheid is de invoering van een regularisatiemechanisme. Wanneer het balanstotaal later nog wijzigt of pas later bekend wordt — bijvoorbeeld door laattijdige neerlegging van de jaarrekening — zal de vennootschapsbijdrage achteraf kunnen worden aangepast, zowel naar boven als naar beneden. Eventuele bijbetalingen moeten binnen de voorziene termijnen worden vereffend. De bestaande regels rond verjaring en verhogingen blijven behouden.
Opgelet: deze informatie voorlopig blijft onder voorbehoud van de definitieve goedkeuring van het wetsontwerp door het Parlement.
