Gedwongen stopzetting


Een aantal factoren kunnen ertoe leiden dat je gedwongen bent om je activiteiten tijdelijk of definitief stop te zetten.

  • wegens een faillissement
  • wegens een collectieve schuldenregeling
  • wegens een natuurramp, brand, vernieling, een allergie, een gebeurtenis met economisch impact
  • wegens een gebeurtenis met economische impact

In dat geval kan je aanspraak maken op het “klassiek” overbruggingsrecht.

Waar heb je recht op?

Wanneer je gebruik maakt van dit overbruggingsrecht dan open je volgende rechten:

  • Je hebt gedurende maximum 4 kwartalen recht op ziekteverzekering (geneeskundige zorgen en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ) en recht op kinderbijslag zonder bijdragebetaling. Let op! Tijdens het overbruggingsrecht bouw je geen pensioenrechten op.
  • Je krijgt gedurende maximaal 12 maanden een maandelijkse uitkering:
  • € 1.317,52 als alleenstaande
  • € 1.646,38 met een gezin ten laste

Je kan als zelfstandige meermaals beroep doen op je overbruggingsrecht.

Als je minstens 60 kwartalen kan bewijzen waarin je pensioenrechten hebt opgebouwd als zelfstandige, verdubbelt de maximale duur van de financiële uitkering van het overbruggingsrecht van 12 maanden naar 24 maanden. Indien de loopbaan van de zelfstandige minimaal 15 jaar (60 kwartalen) telt, blijven de rechten op gezinsbijslagen en op alle uitkeringen van de ziekte- en invaliditeitsuitkering gevrijwaard gedurende 8 kwartalen zonder betaling van sociale bijdragen. Het overbruggingsrecht geeft ook recht op de moederschapsverzekering.

Je kan in je hele loopbaan maximum 24 maanden een financiële uitkering genieten en 8 kwartalen je sociale rechten vrijwaren. De maximale toekenningsduur per afzonderlijk feit blijft wel beperkt tot 12 maanden uitkering en 4 kwartalen behoud van rechten.

De uitkeringen ontvangen in het kader van het corona-overbruggingsrecht worden niet in mindering gebracht op de termijn van 12 of 24 maanden van het klassieke overbruggingsrecht.

Enkel voor faillietverklaring of stopzetting (bij collectieve schuldenregeling) tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021: je behoudt je pensioenrechten gedurende maximum 4 kwartalen zonder dat je je bijdragen moet betalen. Die maatregel geldt vanaf het vierde kwartaal van 2020, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2021.

Cumul met een ander vervangingsinkomen?

Je kan de uitkering van het overbruggingsrecht niet cumuleren met een ander vervangingsinkomen.

Uitzonderlijk is die cumul wel toegelaten als je failliet bent verklaard of je activiteiten hebt stopgezet (bij collectieve schuldenregeling) tussen 1 april 2020 en 31 maart 2021. De som van de uitkering van het overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van het overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van het overbruggingsrecht verminderd worden.

Wat zijn de voorwaarden ?

Om aanspraak te maken op het overbruggingsrecht, moet je cumulatief aan zes voorwaarden voldoen:

  • Je was zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenoot (maxistatuut) gedurende het kwartaal waarin het feit zich voordeed én minstens de drie daaraan voorafgaande kwartalen.
  • Je was tijdens diezelfde kwartalen sociale bijdragen verschuldigd.
  • Je hebt minstens vier kwartaalbijdragen betaald in de loop van de voorafgaande zestien kwartalen (het gaat hier om effectief betaalde bijdragen, vrij- of gelijkgestelde kwartalen tellen niet mee).
  • Je hebt geen enkele beroepsactiviteit.
  • Je bent jonger dan 65 jaar en kan geen aanspraak maken op een vervangingsinkomen (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen …).
  • Je hebt je hoofdverblijfplaats in België.

4 Pijlers – onder welke pijler valt jouw stopzetting?

1ste pijler Faillissement

Als je door een faillissement je zelfstandige activiteit moet stop zetten, kan je een beroep doen op het overbruggingsrecht. Was je in je vennootschap zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot, dan is de voorwaarde dat je die functie nog uitoefende op het moment van het faillissement.

2de pijler Collectieve schuldenregeling

Zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die binnen de drie jaar na een collectieve schuldenregeling de zelfstandige activiteiten stopzetten kunnen een beroep doen op het overbruggingsrecht.

3de pijler Gedwongen onderbreking

Voor zelfstandigen, helpers en meewerkende echtgenoten die buiten hun wil moeten overgaan tot een tijdelijke of definitieve gedwongen stopzetting wegens volgende beperkende situaties:

  • een brand
  • een natuurramp
  • een beschadiging van de voor professioneel gebruik bedoelde gebouwen of de professionele uitrusting
  • een allergie veroorzaakt door het uitoefenen van je beroep
  • een gebeurtenis met economische impact of een beslissing van een derde economische actor. Voorbeelden: langdurige en zware wegenwerken, crisis in de sector waarin de zelfstandige actief is,… De coronacrisis wordt ook beschouwd als een gebeurtenis met economische impact. Aanvraagformulier
    • Vanaf september 2020 kunnen zelfstandigen een beroep doen op het klassieke overbruggingsrecht (en dus niet meer de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht) in deze situaties:
      • zelfstandigen die in quarantaine worden geplaatst en daardoor hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen volledig moeten onderbreken.
      • Zelfstandigen die hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen volledig moeten onderbreken omdat zij moeten instaan voor de zorg voor hun kinderen, ten gevolge van de klas die in quarantaine moet of de sluiting van de school/ kinderopvang.
      • Formulieren voor het het quarantaine overbruggingsrecht vind je terug bij de formulieren Corona.

Naar aanleiding van de Corona-epidemie nam de overheid de derde pijler van het Overbruggingsrecht (onderbreken zelfstandige activiteit wegens overmacht) onder de loep. De uitbetaling van de uitkering wordt niet meer gekoppeld aan een onderbreking van minstens 30 dagen. Deze voorwaarde beoogt sinds 1 maart 2020 alle gevallen van gedwongen onderbreking in het kader van de derde pijler.

Alle andere voorwaarden om recht te hebben op deze uitkering blijven behouden. De uitkering wordt berekend in functie van het aantal periodes van 7 opeenvolgende dagen van onderbreking.

Voor 2021 gelden volgende uitkeringen :

Dagen van onderbreking Zonder gezinslas Met gezinslast
7 tot 13 € 329,38 € 411,60
14 tot 20 € 658,76 € 823,19
21 tot 27 € 988,14 € 1.234,79
28 en meer € 1.317,52 per maand € 1.646,38 per maand

4de pijler

Officiële stopzetting wegens “economische moeilijkheden”. Deze factor moet bewezen worden op basis van één van volgende voorwaarden:

  • Je ontvangt op het ogenblik van de stopzetting een leefloon
  • Je bent vrijgesteld van sociale bijdragen in de periode van 12 maanden die voorafgaat aan de maand van je stopzetting
  • In het jaar van de stopzetting én het jaar daarvoor was je netto belastbaar inkomen als zelfstandige niet hoger dan niet hoger dan de minimale bijdragedrempel van dat jaar als zelfstandige of helper, of niet hoger dan de helft daarvan als meewerkende echtgenoot.

Er gelden extra voorwaarden voor helpers, meewerkende echtgenoten en zelfstandigen die actief zijn in een vennootschap:

  • Als helper of meewerkende echtgenoot kom je enkel in aanmerking indien ook het inkomen van de hoofdzelfstandige die je bijstaat de minimumdrempel niet overschrijdt.
  • Was je op het moment van de stopzetting zaakvoerder, bestuurder of werkend vennoot, dan moet er op dat moment een procedure tot ontbinding en vereffening opgestart zijn én mag die vereffening je geen voordeel opleveren dat hoger is dan de dubbele minimumdrempel hoofdberoep van dat jaar.

Een bijkomende voorwaarde is dat je een minimum aantal kwartalen kan aantonen waarvoor je pensioenrechten hebt opgebouwd. Hoe meer kwartalen je kan aantonen, hoe langer je een beroep kan doen op het overbruggingsrecht.

Aantal kwartalen pensioenrecht Aantal kwartalen overbruggingsrecht
Minder dan 8 Geen recht
Tussen 8 en 20 1
Tussen 20 en 60 2
Meer dan 60 4

Aanvraag

De sociale verzekering moet aangevraagd worden met de aangepaste formulieren bij het sociaal verzekeringsfonds en kan meerdere keren aangevraagd worden tijdens de beroepsloopbaan.

Belangrijk: dien je aanvraag in binnen de twee kwartalen na het kwartaal waarin je de activiteit stopzette of de aanvraag voor de opening van het faillissement is neergelegd.

Zend het aanvraagformulier aangetekend aan je sociaal verzekeringsfonds.

Faillissement aanvragen

Kun je als zelfstandige de financiële verplichtingen van je zaak niet meer nakomen? Lukt het je structureel niet meer om je rekeningen te betalen? En heb je geen realistisch zicht op beterschap? Dan is een faillissement vaak de enige oplossing.

Hoe het faillissement aanvragen?

Het faillissement aanvragen is een moeilijke beslissing die iedereen liefst voor zich uitschuift. Toch leg je de boeken beter vroeger dan later neer. Zo houd jij je schuldaflossingen nog overzichtelijk en beperk je de schade. Daarbij volg je best de volgende procedure.

Faillissement: procedure aangifte

Wie doet de aangifte? Je schuldeisers of het openbaar ministerie of advocaat geven je faillissement aan. Of je doet dit zelf. Leg je vanuit eigen beweging de boeken neer? Dan moet jij het faillissement aangeven via regsol.be, het centraal register solvabiliteit. Via dit digitale platform kunnen schuldeisers, gemachtigden en belanghebbenden openstaande insolventiedossiers, beheerd door de ondernemingsrechtbanken, opstarten, raadplegen of opvolgen. Om toegang te krijgen, moet je een account aanmaken.

Wanneer moet deze aangifte gebeuren? Geef je faillissement online aan binnen de maand nadat jij je activiteiten en betalingen als zelfstandige hebt stopgezet. Alleen wanneer je niet de mogelijkheid hebt om dit elektronisch te doen, mag je een schriftelijke aangifte doen op de griffie van de bevoegde ondernemingsrechtbank.

Curator: faillissement afwikkelen

De ondernemingsrechtbank is verantwoordelijk voor het uitspreken van faillissementen. Daarna stelt ze een curator en een rechter-commissaris aan. Onder toezicht van de rechter-commissaris verkoopt de curator wat er aan goederen in je onderneming overblijft. Dit kan via faillissement veilingen of verkoop online. De opbrengst van deze veiling verdeelt de curator onder de schuldeisers. Hierna sluit de rechter het faillissement af met een sluitingsvonnis.

KBO en sociaal verzekeringsfonds

Als je je activiteiten stopzet, dan moet je ervoor zorgen dat dit ook officieel geregistreerd wordt. Daarom moet je het bevoegde ondernemingsloket (Eunomia) vragen je onderneming te schrappen. Dit gebeurt door middel van een verklaring op eer dat je wilt stoppen als zelfstandige. Vergeet niet je ondernemingsnummer en de datum waarop je de activiteit als zelfstandige wenst stop te zetten, te vermelden. Het ondernemingsloket zal er dan voor zorgen dat je geschrapt wordt uit de KBO (Kruispuntbank voor Ondernemingen) en je hiervan een attest van doorhaling overmaken. In het geval van een vennootschap moeten deze stopzetting en het faillissement bij de griffie van de handelsrechtbank geregistreerd worden. Een notaris kan je hierbij helpen. De opening van het faillissement door de ondernemingsrechtbank kan ook als bewijs dienen van de stopzetting. Dit geldt zowel voor een zelfstandige als voor een vennootschap.

Vergeet zeker ook niet je dossier bij je sociaal verzekeringsfonds stop te zetten.

Gevolgen sociale bijdragen

Zodra je sociaal verzekeringsfonds op de hoogte is van je faillissement, en je dossier afgesloten heeft, word je daarover geïnformeerd. Vanaf dan ben je geen sociale bijdragen meer verschuldigd voor de kwartalen na het kwartaal waarin jij je activiteiten staakte. Je kunt wel nog regularisaties ontvangen van voorbije voorlopige bijdragen – en dit nog tot twee jaar na de stopzetting.

Opnieuw starten na faillissement?

Kun je na een faillissement opnieuw met een eigen zaak beginnen? In principe wel.

Toch kan de ondernemingsrechtbank je expliciet verbieden om een nieuwe zaak te starten en de strafrechter kan je zelfs een beroepsverbod opleggen. Dit gebeurt meestal als blijkt dat je door een grove fout zelf bijdroeg aan het faillissement. Het verbod geldt voor een periode van minimaal drie en maximaal tien jaar na de faillietverklaring. De rechtbank kan het wel intrekken in geval van eerherstel.

Contact

Heb je nog een vraag?

Contacteer je klantenbeheerder:

Mechelen op 015 45 12 60
Brugge op 050 40 65 65
Hasselt op 011 22 27 46

Of stuur een bericht via email naar info@avixi.be.

Contact