Je sociale bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen van het jaar zelf. De bijdragen van 2021 worden dus berekend op het inkomen van 2021. Dit inkomen is echter pas ten vroegste in 2021 officieel vastgesteld. Pas op dat ogenblik kan je sociaal verzekeringsfonds je definitieve bijdragen voor 2021 berekenen. In afwachting worden je sociale bijdragen van 2021 voorlopig berekend op het inkomen van 3 jaar geleden, zijnde het inkomen van 2018.

Als startende zelfstandige kan je geen voorlopige bijdragen betalen op je inkomen van drie jaar terug. Je betaalt dus een voorlopige bijdrage die wettelijk is bepaald. Wanneer het definitief inkomen bekend is volgt er een regularisatie van je sociale bijdragen.

Veel starters kiezen voor het minimuminkomen omdat ze hun inkomen nog helemaal niet kunnen inschatten. Hou er wel rekening mee dat er op het einde van de eerste drie jaar een regularisatie volgt van de sociale bijdragen op basis van de reële inkomsten. Als je hogere inkomsten verwacht uit je zelfstandige activiteit of als je inkomsten snel stijgen gedurende de eerste drie jaar, dan kan je best je sociale bijdragen laten aanpassen. Zo vermijd je een flinke afrekening op het moment van de regularisatie.

Van zodra je inkomen van het lopende jaar gekend is, zal je sociaal verzekeringsfonds je definitieve bijdrage berekenen. Op dat ogenblik moet je dus bijbetalen of krijg je het teveel betaalde terug.

Voorbeeld:

Je betaalt in 2021 een voorlopige bijdrage op je inkomen van drie jaar terug, 2018. Van zodra je inkomen van 2021 gekend is (ergens in de loop van 2023), zal je sociaal verzekeringsfonds het bedrag van je definitieve bijdragen voor 2021 berekenen. Op dat ogenblik zal de “regularisatie” worden uitgevoerd, wat inhoudt dat je ofwel moet bijbetalen, ofwel geld terugkrijgt.

In het eerste kwartaal van het jaar ontvang je een afrekening van je sociaal verzekeringsfonds met een voorstel van je sociale bijdrage. Deze bijdrage zal voorlopig berekend worden op je inkomen van drie jaar terug. Als je al een zicht hebt op je definitief inkomen van het jaar zelf, en je denkt dat dit hoger zal zijn dan drie jaar terug, dan kan je je voorlopige bijdrage laten verhogen.

Je neemt contact op met je sociaal verzekeringsfonds en je laat ons weten op welk inkomen je verhoogde bijdragen wil betalen. Wij berekenen je bijdragen dan op het voorgestelde inkomen.

Opgelet! Je kan enkel bijbetalen als er geen openstaande schulden zijn.

In het eerste kwartaal van het jaar ontvang je een afrekening van je sociaal verzekeringsfonds met een voorstel van je sociale bijdrage. Deze bijdrage zal voorlopig berekend worden op je inkomen van drie jaar terug. Als je al een zicht hebt op je definitief inkomen van het jaar zelf, en je denkt dat dit lager zal zijn dan drie jaar terug, dan kan je je voorlopige bijdrage laten verlagen.

Je kan aan je sociaal verzekeringsfonds vragen om je sociale bijdragen te verlagen. Hiervoor moet je rekening houden met volgende voorwaarden:

  • je inkomsten moeten lager zijn dan één van de wettelijk vastgestelde drempels.
  • je moet je aanvraag indienen via een standaardformulier.
  • je dient objectieve elementen aan te brengen die de vermindering van je inkomen aantonen (gezondheidsproblemen, ziekenhuisopname, bevalling, vermindering van de omvang van de activiteit, dalende trend van de inkomsten, faillissement van een belangrijke klant, …)
  • je dient de nodige documenten aan te reiken om aan te tonen dat je inkomen effectief tot onder één van de toepasselijke drempels zal blijven.

Je klantenbeheerder kan je informeren over de exacte bedragen van de drempels en je helpen je aanvraag voor een verlaging in orde te brengen.

Je sociaal verzekeringsfonds neemt de beslissing tot een verlaging binnen de maand na de (volledige) aanvraag op basis van de ingediende documenten.

De aanvraag is slechts geldig voor één kalenderjaar.

Opgelet: als op het ogenblik van de definitieve afrekening van je sociale bijdragen blijkt dat je inkomsten hoger zijn dan de toegepaste drempel, zullen de nog verschuldigde bijdragen verhoogd worden met 3% per kwartaal en 7% per jaar. Je klantenbeheerder kan je hierover meer uitleg geven.

Als je financiële problemen hebt, contacteert je het best je klantenbeheerder om samen naar een oplossing te zoeken. De mogelijkheden zijn:

  • afbetalingsplan om je betalingen te spreiden
  • aanvraag tot kwijtschelding van de verhogingen
  • vrijstelling van de bijdragen

De wetgever gaat ervan uit dat de echtgenoot een meewerkende echtgenoot is wanneer hij of zij:

  • geen eigen inkomen heeft uit een andere beroepsactiviteit
  • geen vervangingsinkomen heeft dat recht geeft op een volwaardige dekking in de sociale zekerheid
  • effectief meehelpt in de zaak van de zelfstandige.

De echtgenoot die de zelfstandige helemaal niet helpt of toevallig helpt (gedurende minder dan 90 dagen per jaar en op niet-regelmatige basis) wordt niet als meewerkende echtgenoot beschouwd.

Ook diegene die met een zelfstandige samenwoont en een wettelijk samenlevingscontract heeft afgesloten, wordt als meewerkende echtgenoot beschouwd. De echtgenoot (m/v) van een bedrijfsleider in een vennootschap is geen meewerkende echtgenoot.

Wie aandelen in een vennootschap heeft en meewerkt, is werkend vennoot en moet als zelfstandige verzekerd zijn.

HET MINI-STATUUT (ENKEL MOGELIJK VOOR PERSONEN GEBOREN VOOR 1/1/1956)
De meewerkende echtgenoot (m/v) van een zelfstandige moet zich verzekeren voor de minimale dekking door aan te sluiten bij het sociale verzekeringsfonds van de echtgenoot. Zo is hij/zij verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (inclusief moederschapsuitkering) en invaliditeit. Voor die risico’s zijn er geen afgeleide rechten via de gehuwde partner. De sociale bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen van de hoofdzelfstandige.

HET MAXI-STATUUT ( VOOR PERSONEN GEBOREN NA 1/1/1956)
Het maxi-statuut geeft recht op kinderbijslag, pensioen, moederschapsuitkering, verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en invaliditeitsverzekering. Zoals bij het mini-statuut dient de meewerkende partner zich aan te sluiten bij het sociaal verzekeringsfonds van de echtgenoot (m/v).

De sociale bijdragen zullen worden berekend op het fiscaal meewerkinkomen dat de zelfstandige heeft toegekend aan zijn of haar echtgenoot. Wanneer een echtgenoot in het maxistatuut stapt, bevindt hij/zij zich in het begin van een activiteit en betaalt dan voorlopige bijdragen. Deze voorlopige bijdragen worden geregulariseerd zodra de fiscus het werkelijke netto beroepsinkomen aan Incozina meedeelt.

Alle vennootschappen die onderworpen zijn aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting van de niet-verblijfshouders moeten, binnen de 3 maand na oprichting, aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en een jaarlijkse bijdrage betalen. Deze verplichting vervalt van zodra de vennootschap zich in volgende toestand bevindt:

  • bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel failliet verklaard zijn;
  • het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk akkoord dat door de Rechtbank van Koophandel werd gehomologeerd en niet werd vernietigd of ontbonden;
  • zich bevindt in een toestand van vereffening en de vereffeningswijze gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad.

De bijdrage is afhankelijk van het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar. Dit balanstotaal wordt ons door de Nationale Bank van België via het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) ter beschikking gesteld.

Je wil zelfstandige worden in bijberoep. Je kiest er dus voor om je zelfstandige activiteit eerst te combineren met een andere loontrekkende job als werknemer of ambtenaar. Het is dan belangrijk om te weten met welke activiteit je je bijberoep mag combineren. De algemene regel is dat je naast je bijberoep nog minstens een halftijdse andere job moet hebben.

Volgende combinaties zijn mogelijk:

  • Combinatie werknemer in de privésector en zelfstandige activiteit.
    De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast minstens halftijds werkt in de privésector en minstens 235 uur per kwartaal presteert (berekend in een 38 urenweek).
  • Combinatie statutaire tewerkstelling bij overheid (excl. onderwijs, incl. NMBS) en zelfstandige activiteit.
    De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast jaarlijks minstens 8 maanden of 200 dagen en minstens halftijds vastbenoemd werkt bij de overheid.
  • Combinatie onderwijs en zelfstandige activiteit.
    Een zelfstandige activiteit in bijberoep kan in combinatie met een onderwijsopdracht van minstens 6/10e van een volledig uurrooster voor een benoemde leerkracht en minstens 5/10e voor niet-benoemde leerkrachten.
  • Combinatie vervangingsinkomen en zelfstandige activiteit.
    De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige een vervangingsinkomen geniet, bv. ziekte-en invaliditeitsuitkering als loontrekkende, werkloosheidsuitkering, tijdskrediet, conventioneel brugpensioen.
  • Speciale omstandigheden: personen die naast de uitoefening van hun zelfstandige activiteit:
    • hun arbeidsprestaties in de privésector hebben verminderd, nadat ze de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt en hiervoor een onderbrekingsuitkering genieten;
    • genieten van een uitkering voor loopbaanonderbreking;
    • een opzeggingsvergoeding ontvangen wegens ontslag;
    • een vergoeding ontvangen wegens onrechtmatige contractbreuk door de werkgever;
    • kunnen worden beschouwd als zelfstandigen in bijberoep.

Kies je voor een hoofdberoep dan kies je ervoor om je zelfstandige activiteit niet te combineren met een andere loontrekkende activiteit als werknemer of ambtenaar. Je gaat dus ‘fulltime’ voor je zelfstandige activiteit. Voordeel is dat je de vrijheid hebt om je eigen gang te gaan, maar je hebt ook verplichtingen.

Vanaf 1 januari 2017 kunnen de studenten die een zelfstandige activiteit uitoefenen van het nieuwe statuut van student-zelfstandige genieten.

  • De student moet minstens 18 jaar en ten hoogste 25 jaar oud zijn.
  • Hij of zij moet voor het school- of academiejaar ingeschreven zijn en regelmatig lessen volgen om een diploma erkend door de Belgische overheid te behalen.
  • De student moet minstens ingeschreven zijn voor 27 studiepunten per school- of academiejaar. Wanneer de studies niet worden uitgedrukt in studiepunten, moet de student ingeschreven zijn om minstens 17 lesuren per week te volgen.
  • Daarnaast moet de student regelmatig de lessen volgen tijdens het school- of academiejaar.

Voordat het statuut van student-zelfstandige wordt toegekend zal je sociaal verzekeringsfonds controleren of je als student wel degelijk een zelfstandige activiteit uitoefent. Het statuut van student-zelfstandige mag immers niet gebruikt worden in de plaats van het statuut van jobstudent. Studenten-zelfstandige zullen genieten van een gunstiger tarief voor sociale bijdragen en eigen rechten opbouwen in de ziekte- en invaliditeitsuitkering terwijl ze fiscaal ten laste blijven van hun ouders.

Elke zelfstandige die start met een eigen zaak moet zijn onderneming inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Deze wettelijke verplichting geldt zowel voor eenmanszaken als voor vennootschappen, ongeacht of je de activiteit in hoofdberoep of bijberoep uitoefent.

Een ondernemingsnummer is je eerste officiële stap naar je start als zelfstandige met een eigen zaak. Zoals iedere persoon een rijksregisternummer heeft in het rijksregister, zo krijgt elke onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) een uniek ondernemingsnummer. Wanneer je als zelfstandige start met je eigen zaak ben je verplicht om een ondernemingsnummer aan te vragen.

Een ondernemingsnummer is een uniek nummer dat bestaat uit tien cijfers. Voor elke vestiging waar je activiteiten hebt ontvang je ook een vestigingseenheidsnummer. Je moet je ondernemingsnummer vermelden op alle documenten die van je onderneming uitgaan zoals facturen, akten, brieven,…

Je ondernemingsnummer kan je aanvragen bij het ondernemingsloket van Eunomia.

De termen BTW-nummer en ondernemingsnummer worden vaak door elkaar gebruikt. Dit komt omdat een ondernemingsnummer en een BTW-nummer bestaan uit dezelfde cijfers. Toch hebben beide nummers een verschillend doel. Een btw-nummer is eigenlijk een ‘geactiveerd’ ondernemingsnummer.

Bijna alle beroepen die betrekking hebben op handelsactiviteiten, met inbegrip van de meeste vrije beroepen, zijn BTW-plichtig en moeten dus verplicht een BTW-nummer aanvragen. Sommige activiteiten zijn vrijgesteld van BTW, bijvoorbeeld artsen, leerkrachten met privélessen, kinesitherapeuten indien hun diensten zijn opgenomen in de nomenclatuur van het RIZIV, enz…

Dit kan je aanvragen bij het ondernemingsloket van Eunomia.

Starten als zelfstandige?

Start hier in een handomdraai je eigen zaak met de online-tool van avixi.

Start nu
Contact

Heb je nog een vraag?

Contacteer je klantenbeheerder:

Mechelen op 015 45 12 60
Brugge op 050 40 65 65
Hasselt op 011 22 27 46

Of stuur een bericht via email naar info@avixi.be.

Contact