Je hebt beslist om je eigen onderneming te starten, dan kan je nu aan de opstart van je onderneming beginnen in 7 stappen.

  1. Open een zichtrekening.
  2. Vraag een ondernemingsnummer aan
  3. Activeer je BTW-nummer (indien van toepassing)
  4. Breng je speciale vergunningen in orde (indien van toepassing)
  5. Sluit je aan bij een sociaal verzekeringsfonds
  6. Sluit je aan bij een ziekenfonds
  • Je bent minstens 18 jaar.
  • Je bezit je burgerrechtenBen je door de rechter ontzet uit je burgerrechten, dan mag je geen eigen zaak opstarten.
  •  Ben je wettelijk of gerechtelijk onbekwaam verklaard of sta je onder een voorlopig bewindvoerder, dan kan je geen onderneming opstarten.
  • Je bent EU-onderdaan of onderdaan van Noorwegen, IJsland of Liechtenstein. Heb je een andere nationaliteit, dan heb je een beroepskaart nodig of een vrijstelling van de verplichting om een beroepskaart te hebben.
  • Je voert geen onverenigbaar beroep uit. Je kan niet alle beroepen combineren met een zelfstandige activiteit. Dat is het geval voor gerechtsdeurwaarders, advocaten, notarissen, beoefenaars van een eredienst, politiemensen, gerechtelijke jobs en staatsambtenaren. Informeer bij je werkgever of je beroepsfederatie wat mogelijk is.
  • Je hebt de nodige vergunningen. Voor sommige beroepen heb je een vergunning nodig.
  • Je hebt kennis van bedrijfsbeheer (alleen in het Brussels of Waals Gewest).
  • Je hebt beroepskennis. (alleen in Brussels of Waals Gewest).

Wil je zelfstandige worden en vraag je je af of je beter een eenmanszaak of een vennootschap opricht? Een eenmanszaak vs vennootschap: wat zijn de voor- en nadelen die voor jouw onderneming doorslaggevend zijn? Je aansprakelijkheid en belastingen verschillen namelijk naargelang de gekozen ondernemingsvorm.

Bij een eenmanszaak handel je als natuurlijk persoon. Er is dus geen aparte rechtspersoon zoals bij een vennootschap. De eenmanszaak wordt opgericht door één natuurlijk persoon, die onbeperkt aansprakelijk is. Dat betekent dat er geen scheiding is tussen je privévermogen en het vermogen van je zaak. Als je schulden hebt, dan kunnen schuldeisers aanspraak maken op al je bezittingen. De administratieve formaliteiten zijn beperkter.

Je kan er ook voor kiezen om je activiteiten onder te brengen in een vennootschap. Als je een vennootschap opricht, werk je met een rechtspersoon – in tegenstelling tot een eenmanszaak, waar je als natuurlijk persoon handelt. Deze vorm is interessant als je met verschillende personen een onderneming wilt opstarten, maar kan ook gebruikt worden door één persoon. Persoonlijk bezit van de ondernemer en het vermogen voor de beroepsactiviteit zijn wel gescheiden. Er zijn verschillende vennootschapsvormen, elk met hun eigen wettelijk kader.

Start je met je eigen zaak dan heb je een ondernemingsnummer nodig en is de inschrijving van je onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) noodzakelijk.

Wil je met een eenmanszaak starten dan kan het ondernemingsloket dit voor jou in orde brengen. Kies je voor een vennootschap dan zal je ondernemingsnummer en je inschrijving in de KBO aangemaakt worden door de griffie van de ondernemingsrechtbank waar je je oprichtingsakte hebt neergelegd. Daarna zal het ondernemingsloket de gegevens van je vennootschap in de KBO vervolledigen en je ondernemingsnummer activeren.

Voor sommige zelfstandige beroepsactiviteiten moet je bepaalde vergunningen aanvragen: bijvoorbeeld milieuvergunning, eetwareninspectie, SABAM, leurkaart, enz. Ook hier kan het ondernemingsloket je verder helpen om dit in orde te brengen.

Het ondernemingsloket van avixi (Eunomia) brengt dit allemaal voor jou in orde, zo kan je alle formaliteiten tegelijkertijd in orde laten brengen.

Elke zelfstandige die start met een eigen zaak moet zijn onderneming inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Deze wettelijke verplichting geldt zowel voor eenmanszaken als voor vennootschappen, ongeacht of je de activiteit in hoofdberoep of bijberoep uitoefent. De KBO is een databank waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden worden verzameld. Om aan de slag te kunnen als zelfstandige, moet jouw ondernemingsnummer hierin opgenomen zijn.

Een ondernemingsnummer aanvragen is je eerste officiële stap naar je start als zelfstandige met een eigen zaak. Zoals iedere persoon een rijksregisternummer heeft in het rijksregister, zo krijgt elke onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) een uniek ondernemingsnummer. Elke onderneming heeft haar eigen ondernemingsnummer. Aan de hand van deze unieke code herkent de overheid jouw onderneming en alle gegevens die hieraan gelinkt zijn zoals het adres van je onderneming, welke activiteiten je uitoefent en wie de zaakvoerder van je onderneming is.

Een ondernemingsnummer is een uniek nummer dat bestaat uit tien cijfers. Voor elke vestiging waar je activiteiten hebt ontvang je ook een vestigingseenheidsnummer. Je moet je ondernemingsnummer vermelden op alle documenten die van je onderneming uitgaan zoals facturen, akten, brieven,…

Wanneer je als zelfstandige start met je eigen zaak ben je verplicht om een ondernemingsnummer aan te vragen.

Je ondernemingsnummer kan je aanvragen bij het ondernemingsloket van Eunomia.

De termen BTW-nummer en ondernemingsnummer worden vaak door elkaar gebruikt. Dit komt omdat een ondernemingsnummer en een BTW-nummer bestaan uit dezelfde cijfers. Toch hebben beide nummers een verschillend doel. Een btw-nummer is eigenlijk een ‘geactiveerd’ ondernemingsnummer.

Bijna alle beroepen die betrekking hebben op handelsactiviteiten, met inbegrip van de meeste vrije beroepen, zijn BTW-plichtig en moeten dus verplicht een BTW-nummer aanvragen. Sommige activiteiten zijn vrijgesteld van BTW, bijvoorbeeld artsen, leerkrachten met privélessen, kinesitherapeuten indien hun diensten zijn opgenomen in de nomenclatuur van het RIZIV, enz…

Dit kan je aanvragen bij het ondernemingsloket van Eunomia.

In tegenstelling tot een werknemer moet je als zelfstandige zelf je sociale zekerheid in orde brengen. Elke zelfstandige, bestuurder, werkende vennoot, zaakvoerder (behalve bij een onbezoldigd mandaat), … moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. De aansluiting kan ten vroegste 6 maanden voor het begin van de activiteit en moet ten laatste bij de start. De aansluiting houdt in dat je onder het sociaal statuut van een zelfstandige valt.

Een sociaal verzekeringsfonds regelt in opdracht van de overheid de sociale zekerheid van jou als zelfstandige. Een sociaal verzekeringsfonds beheert alle aspecten van je sociale zekerheid en berekent en int elk kwartaal je sociale bijdragen. In ruil voor een kwartaalbijdrage bouw je sociale rechten op zoals kinderbijslag, invaliditeitsuitkering, ziekteverzekering, pensioen…

Het sociaal verzekeringsfonds zorgt dus voor de berekening en de inning van je sociale bijdragen en voor de doorstorting van jouw bijdragen naar de overheid. Deze bijdragen zorgen ervoor dat je sociaal beschermd bent als zelfstandige inzake je pensioen, terugbetaling van medische kosten, uitkering bij arbeidsongeschiktheid,…

Verder kan je als als zelfstandige rekenen op avixi sociaal verzekeringsfonds voor advies op alle belangrijke momenten tijdens je loopbaan als zelfstandige. We sluiten je aan als zelfstandige zodat je in orde bent met de sociale zekerheid van jezelf en je gezin. We informeren je regelmatig en in duidelijke taal over je sociale rechten en die van je gezin. En we bezorgen je informatie over aanvullende verzekeringen voor de bescherming in periodes dat het minder gaat.

Mogelijk is je jaaromzet lager dan 25 000 euro.  In dat geval kan je kiezen voor een BTW-vrijstelling en hoef je je klanten geen btw aan te rekenen.

Voordeel: het wegvallen van heel wat btw-administratie en je kan lagere prijzen  hanteren.

Nadeel: Betaalde btw van aankopen en dergelijke kan niet gerecupereerd worden.  Als de omzet stijgt moet er plotseling wel btw aangerekend worden!  Op zich is een omzetstijging positief maar hou er rekening mee dat naast de verplichte btw-administratie ook je prijzen de hoogte zullen ingaan!

Je mag tijdens de werkloosheid een bijkomstige activiteit als zelfstandige opstarten gedurende maximum 12 maanden en je werkloosheidsuitkering behouden. Deze regeling wordt ook wel ‘springplank naar zelfstandige’ genoemd.

Dit kan onder bepaalde voorwaarden::

  • je moet aangifte doen bij RVA van de zelfstandige activiteit op het moment van de uitkeringsaanvraag of, indien je al uitkeringen ontvangt, vóór het begin van de activiteit,
  • je mag je loontrekkende activiteit niet stopzetten of verminderen om van het voordeel te kunnen genieten,
  • je mag de afgelopen 6 jaar de zelfstandige activiteit niet als hoofdberoep hebben uitgeoefend,
  • de activiteit mag niet door derden worden uitgeoefend (in het bijzonder door werknemers of in onderaanneming), tenzij dit heel uitzonderlijk gebeurt,
  • je zelfstandige activiteit heeft een bijkomstig karakter.

Let wet op dat je inkomsten uit je zelfstandige activiteit niet te hoog zijn. Je uitkering wordt namelijk verminderd met het bedrag van je netto belastbaar jaarinkomen dat het grensbedrag van 4 720,56  euro (bedrag vanaf 01/01/2022) overschrijdt.  De mogelijkheid bestaat dat je dan eigenlijk je volledige uitkering moet terugbetalen, waardoor je geen rechten meer opbouwt vanuit dit statuut en je dus aangesloten zal moeten worden met terugwerkende kracht als zelfstandige in hoofdberoep.

Neem voor meer info contact op met RVA.

 

Ben je zelfstandige in hoofdberoep dan kies je ervoor om je zelfstandige activiteit niet te combineren met een andere loontrekkende activiteit als werknemer of ambtenaar. Je gaat dus ‘fulltime’ voor je zelfstandige activiteit. Voordeel is dat je de vrijheid hebt om je eigen gang te gaan, maar je hebt ook verplichtingen zoals bijvoorbeeld elk kwartaal je sociale bijdragen betalen als hoofdberoep. In ruil daarvoor krijg je volwaardige rechten in het sociaal statuut van de zelfstandige. Zo bouw je pensioenrechten op, heb je recht op terugbetaling van medische kosten en kan je aanspraak maken op een uitkering bij arbeidsongeschiktheid.

In tegenstelling tot een zelfstandige in hoofdberoep, oefent een zelfstandige in bijberoep tegelijk en hoofdzakelijk nog een andere beroepsactiviteit uit als werknemer, in het onderwijs of als ambtenaar. Ook als werkzoekende, gepensioneerde of persoon met een ziekteuitkering  kan je starten in bijberoep.

Je kiest er dus voor om je zelfstandige activiteit eerst te combineren met een andere loontrekkende job als werknemer of ambtenaar. Het is dan belangrijk om te weten met welke activiteit je je bijberoep mag combineren. De algemene regel is dat je naast je bijberoep nog minstens een halftijdse andere job moet hebben.

Volgende combinaties zijn mogelijk:

  • Combinatie werknemer in de privésector en zelfstandige activiteit.
    De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast minstens halftijds werkt in de privésector en minstens 235 uur per kwartaal presteert (berekend in een 38 urenweek).
  • Combinatie statutaire tewerkstelling bij overheid (excl. onderwijs, incl. NMBS) en zelfstandige activiteit.
    De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast jaarlijks minstens 8 maanden of 200 dagen en minstens halftijds vastbenoemd werkt bij de overheid.
  • Combinatie onderwijs en zelfstandige activiteit.
    Een zelfstandige activiteit in bijberoep kan in combinatie met een onderwijsopdracht van minstens 6/10e van een volledig uurrooster voor een benoemde leerkracht en minstens 5/10e voor niet-benoemde leerkrachten.
  • Combinatie vervangingsinkomen en zelfstandige activiteit.
    De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige een vervangingsinkomen geniet, bv. ziekte-en invaliditeitsuitkering als loontrekkende, werkloosheidsuitkering, tijdskrediet, conventioneel brugpensioen.
  • Speciale omstandigheden: personen die naast de uitoefening van hun zelfstandige activiteit:
    • hun arbeidsprestaties in de privésector hebben verminderd, nadat ze de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt en hiervoor een onderbrekingsuitkering genieten;
    • genieten van een uitkering voor loopbaanonderbreking;
    • een opzeggingsvergoeding ontvangen wegens ontslag;
    • een vergoeding ontvangen wegens onrechtmatige contractbreuk door de werkgever;

kunnen worden beschouwd als zelfstandigen in bijberoep.

Een zelfstandige bijberoep dat je al had voordat je werkloos werd mag verder uitgeoefend worden.

Wel onder bepaalde voorwaarden:

  • je moet aangifte doen van je activiteit op het moment van je uitkeringsaanvraag,
  • je moet je activiteit al minstens 3 maanden uitoefenen,
  • je mag je bijberoep enkel uitoefenen na 18 uur ’s avonds en vóór 7 uur ’s morgens,
  • je inkomsten als zelfstandige in bijberoep mogen niet meer zijn dan 4 720,56 euro (bedrag vanaf 01/01/2022),
  • je zelfstandige activiteit moet een bijkomstig karakter hebben.

Als je slechts occasioneel als zelfstandige werkt, hoef je vooraf geen aangifte te doen. Het volstaat dat je op je controlekaart de vakjes schrapt van de dagen waarop je gewerkt hebt. Voor die dagen heb je dan wel geen recht op een uitkering.

Een zelfstandige activiteit in bijberoep kan gecombineerd worden met tijdskrediet (privé-sector) of loopbaanonderbreking (openbare diensten).  Er is echter een beperking in tijd en er is een verschil in de verschillende stelsels van tijdskrediet of loopbaanonderbreking.

Tijdskrediet in de privé

Werk je als werknemer in de privésector, dan kan je tijdskrediet opnemen. Daarmee onderbreek je je tewerkstelling voor een bepaalde periode. Tijdens je tijdskrediet ontvang je een uitkering van de RVA.

Dit kan enkel:

  • Als je al minstens een jaar vóór de ingangsdatum van het tijdskrediet actief was als zelfstandige in bijberoep, voor diezelfde activiteit.
  • Als je tijdens je tijdskrediet pensioenrechten blijft opbouwen als werknemer.

Als je aan die twee voorwaarden voldoet, is cumulatie mogelijk gedurende maximaal:

– 12 maanden bij voltijdse onderbreking

– 24 maanden bij 1/2 onderbreking

– 60 maanden bij 1/5 onderbreking

Daarna kan je wel nog verder tijdskrediet opnemen, maar dan zonder uitkering van de RVA. Als je je zelfstandige activiteit zonder uitkering voortzet, word je zelfstandige in hoofdberoep, tenzij je daarnaast nog minstens halftijds werkt als loontrekkende.

Tijdkrediet kan je niet gebruiken om een zelfstandige activiteit op te starten. Als je tijdskrediet opneemt en je dan pas vestigt als zelfstandige, verlies je je recht op uitkering.

Loopbaanonderbreking bij de overheid

Ben je contractueel bij de overheid en neem je loopbaanonderbreking, dan mag je zelfstandige worden in bijberoep. Op voorwaarde dat je een loopbaanonderbrekingsuitkering krijgt én tegelijk ook je pensioenrechten blijft opbouwen als contractueel.

Bij een deeltijdse loopbaanonderbreking moet je voor de start van de onderbreking al wel minstens 12 maanden zelfstandige in bijberoep geweest zijn.

Cumulatie met uitkering voor loopbaanonderbreking is mogelijk gedurende:

– 12 maanden bij voltijdse onderbreking

– 24 maanden bij 1/2 onderbreking

– 60 maanden bij 1/5 of 1/10 onderbreking

Na deze periode verlies je je uitkering.

Ben je vastbenoemd bij de overheid en neem je loopbaanonderbreking, dan kan je eveneens starten als zelfstandige in bijberoep als je tijdens je loopbaanonderbreking pensioenrechten blijft opbouwen als ambtenaar. Het al dan niet hebben van een onderbrekingsuitkering speelt hier geen rol.

Ben je student, maar wil je al starten als ondernemer? Dan is het statuut van student-zelfstandige iets voor jou. Via dit statuut betaal je in de meeste gevallen veel lagere sociale bijdragen. Hier staan wel enkele voorwaarden tegenover:

  • Je bent minimum 18 en maximum 25 jaar oud
  • Je bent ingeschreven in een opleiding die leidt tot een door de Belgische overheid erkend diploma
  • Je volgt voor minstens 27 studiepunten of 17 uur per week les
  • Je bent op regelmatige basis aanwezig in de les of je kan bewijzen dat je de examens aflegde
  • Je volgt les aan een erkende onderwijsinstelling in België of het buitenland
  • Je moet een zelfstandige activiteit uitoefenen

Voordat het statuut van student-zelfstandige wordt toegekend zal je sociaal verzekeringsfonds controleren of je als student wel degelijk een zelfstandige activiteit uitoefent. Het statuut van student-zelfstandige mag immers niet gebruikt worden in de plaats van het statuut van jobstudent. Student-zelfstandigen zullen genieten van een gunstiger tarief voor sociale bijdragen en eigen rechten opbouwen in de ziekte- en invaliditeitsuitkering terwijl ze fiscaal ten laste blijven van hun ouders.

De wetgever gaat ervan uit dat de partner een meewerkende partner is wanneer hij of zij:

  • geen eigen inkomen heeft uit een andere beroepsactiviteit
  • geen vervangingsinkomen heeft dat recht geeft op een volwaardige dekking in de sociale zekerheid
  • effectief meehelpt in de zaak van de zelfstandige.

De partner die de zelfstandige helemaal niet helpt of toevallig helpt (gedurende minder dan 90 dagen per jaar en op niet-regelmatige basis) wordt niet als meewerkende partner beschouwd.

Ook diegene die met een zelfstandige samenwoont en een wettelijk samenlevingscontract heeft afgesloten, wordt als meewerkende partner beschouwd. De partner (m/v) van een bedrijfsleider in een vennootschap is geen meewerkende partner.  In het geval er geen aandelen zijn voor de partner is er een aansluiting als feitelijk medewerker mogelijk.

Wie aandelen heeft in een vennootschap en meewerkt, is werkend vennoot en moet als zelfstandige verzekerd zijn.

HET MINI-STATUUT (ENKEL MOGELIJK VOOR PERSONEN GEBOREN VOOR 1/1/1956)
De meewerkende partner (m/v) van een zelfstandige moet zich verzekeren voor de minimale dekking door aan te sluiten bij het sociale verzekeringsfonds van de echtgenoot. Zo is hij/zij verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (inclusief moederschapsuitkering) en invaliditeit. Voor die risico’s zijn er geen afgeleide rechten via de gehuwde partner. De sociale bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen van de hoofdzelfstandige.

HET MAXI-STATUUT ( VOOR PERSONEN GEBOREN NA 1/1/1956)
Het maxi-statuut geeft recht op kinderbijslag, pensioen, moederschapsuitkering, verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en invaliditeitsverzekering. Zoals bij het mini-statuut dient de meewerkende partner zich aan te sluiten bij het sociaal verzekeringsfonds van de echtgenoot (m/v).

De sociale bijdragen zullen worden berekend op het fiscaal meewerkinkomen dat de zelfstandige heeft toegekend aan zijn of haar partner/echtgenoot. Wanneer een partner/echtgenoot in het maxistatuut stapt, bevindt hij/zij zich in het begin van een activiteit en betaalt dan voorlopige bijdragen. Deze voorlopige bijdragen worden geregulariseerd zodra de fiscus het werkelijke netto beroepsinkomen aan avixi meedeelt.

Als je ziek bent of een ongeval hebt gehad waardoor je jouw zelfstandige activiteit niet kan uitoefenen, ben je arbeidsongeschikt en heb je recht op een uitkering via je ziekenfonds.

Voorwaarden hiervoor:

  • Recht vanaf de eerste dag arbeidsongeschiktheid als je tijdig aangifte doet bij je arts en je ziekenfonds via het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid.
  • Je bent minstens 8 opeenvolgende dagen arbeidsongeschikt. Ben je minder dan acht opeenvolgende dagen arbeidsongeschikt, dan heb je geen recht op een uitkering.

Breng je ziekenfonds op de hoogte binnen de 7 kalenderdagen vanaf het moment dat je arbeidsongeschikt bent.

De sociale bijdragen van het tweede en derde kwartaal voorafgaand aan de start van je arbeidsongeschiktheid moeten ‘in regel’ zijn.  Dit wil zeggen dat je bijdragen en eventuele verhogingen moeten betaald of vrijgesteld zijn. Wanneer de periode van arbeidsongeschiktheid begint in de tweede of derde maand van het kwartaal, moet je ervoor zorgen dat de bijdrage van het kwartaal zelf eveneens in regel is.

Het gaat om een daguitkering die door het ziekenfonds betaald wordt.

Het bedrag van je uitkering bij arbeidsongeschiktheid hangt af van je gezinssituatie: met gezinslast, alleenstaande of samenwonend.

Zaterdagen gelden ook als een vergoedbare dag. Je hebt dus recht op zes daguitkeringen per week.

Ben je zelfstandige in bijberoep, dan ontvang je de ziekte- en invaliditeitsuitkering via je rechten als werknemer of als ambtenaar. Dit zijn dan andere tarieven.

Heb je recht op ouderschapsverlof als zelfstandige?

Je rechten als zelfstandige moeder

Moederschapsrust:

Zelfstandige moeders hebben recht op maximum 12 weken moederschapsrust. Als je bevalt van een tweeling of meerling heb je recht op 13 weken rust.

Voor de moederschapsuitkering die wordt uitbetaald via je ziekenfonds,  moet je minstens 3 weken bevallingsrust nemen. Dat betekent dat je 3 weken niet mag werken. De eerste week gaat 7 dagen voor de vermoedelijke geboortedatum in. De resterende 2 weken lopen tot 2 weken na de geboorte van je kind.

De overige 9 weken worden facultatieve moederschapsrust genoemd. Van je 9 weken mag je 2 weken opnemen voorafgaand aan je week verplichte voorbevallingsrust. De overige facultatieve moederschapsrust mag je vrij kiezen in periodes van zeven dagen, tot 36 weken na het einde van de verplichte nabevallingsrust.

Bedrag moederschapsuitkering:

  • 782,77 euro per week voor de eerste 4weken (391,39 euro/halftijds).
  • vanaf de vijfde week bedraagt de uitkering 701,92 euro per week (350,96 euro/halftijds).
  • Let hierbij wel op: je kan enkel de facultatieve rust halftijds opnemen. 9 weken voltijdse rust stemmen in dat geval overeen met 18 weken halftijdse rust. Je kan beide formules ook combineren (bv. 7 weken voltijds en 4 weken halftijds).

Moederschapshulp:

Wie recht heeft op een moederschapsuitkering heeft ook recht op 105 gratis dienstencheques. Die kan je inzetten voor huishoudelijke hulp via een erkende onderneming. Elke cheque is 9 euro waard, of één uur hulp in je huishouden.

Vrijstelling sociale bijdragen na bevalling:

Heb je recht op een moederschapsuitkering? Dan hoef je voor het kwartaal na je bevalling geen sociale bijdrage te betalen én behoud je al je sociale rechten. Je hoeft hiervoor geen aanvraag in te dienen, de vrijstelling wordt automatisch toegekend.

Je rechten als zelfstandige vader of meeouder

Zelfstandige vaders of meeouders hebben sinds 1 mei 2019 recht op vaderschaps- of geboorteverlof.

Voorwaarden:

  • Je sociale bijdragen voor de twee kwartalen voorafgaand aan het kwartaal van de geboorte, heb je betaald of zijn vrijgesteld (door RSVZ).
  • Je bent zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgeno(o)te in het maxistatuut. Zelfstandigen in bijberoep, student-zelfstandigen en zelfstandigen die de pensioenleeftijd hebben bereikt, komen onder bepaalde bijkomende voorwaarden ook in aanmerking.

Bijkomende voorwaarden :

  • Bewijs wettelijke afstamming.
  • Geen wettelijke afstamming: dan moet je als vader of meeouder inwonen bij een persoon met wie de afstamming wél vast staat en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.
  • Je maakt deel uit van een feitelijk samenwonende koppel, maar de afstamming staat niet vast? Dan moet je op het moment van de geboorte minstens drie jaar samenwonen om recht te hebben op vaderschapsverlof of geboorteverlof.

Het vaderschaps- of geboorteverlof bedraagt maximaal 15 dagen. De uitkering die hieraan gekoppeld is, bedraagt 91,03 euro per verlofdag (45,52 euro per halve verlofdag) of 1.365,45 euro in totaal.

  • 15 volle dagen, al dan niet aansluitend op de geboorte
  • 30 halve dagen
  • afwisselend halve en volle dagen (1 volle dag = 2 halve dagen)

De verlofdagen moeten niet verplicht aaneengesloten opgenomen worden maar wel binnen de 4 maanden na de geboorte van het kind.

Je bent niet verplicht om de 15 dagen op te nemen. Als je niet meer dan 8 dagen verlof opneemt, kan je dit aanvullen met 15 gratis dienstencheques. Met 1 dienstencheque kan je 1 uur huishoudelijke hulp ‘kopen’ bij een erkende onderneming.

[/fusion_text]

Je sociale bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen van het jaar zelf. De bijdragen van 2022 worden dus berekend op het inkomen van 2022. Dit inkomen is echter pas ten vroegste in 2024 officieel vastgesteld. Pas op dat ogenblik kan je sociaal verzekeringsfonds je definitieve bijdragen voor 2022 berekenen. In afwachting worden je sociale bijdragen van 2022 voorlopig berekend op het inkomen van 3 jaar geleden, zijnde het inkomen van 2019.

Als startende zelfstandige kan je geen voorlopige bijdragen betalen op je inkomen van drie jaar terug. Je betaalt dus een voorlopige bijdrage dat wettelijk is bepaald. Wanneer het definitief inkomen bekend is volgt er een regularisatie van je sociale bijdragen.

Veel starters kiezen voor het minimuminkomen omdat ze hun inkomen nog helemaal niet kunnen inschatten. Hou er wel rekening mee dat er op het einde van de eerste drie jaar een regularisatie volgt van de sociale bijdragen op basis van de reële inkomsten. Als je hogere inkomsten verwacht uit je zelfstandige activiteit of als je inkomsten snel stijgen gedurende de eerste drie jaar, dan kan je best je sociale bijdragen laten aanpassen. Zo vermijd je een flinke afrekening op het moment van de regularisatie.

Van zodra je inkomen van het lopende jaar gekend is, zal je sociaal verzekeringsfonds je definitieve bijdrage berekenen. Op dat ogenblik moet je dus bijbetalen of krijg je het teveel betaalde terug.

Voorbeeld:

Je betaalt in 2022 een voorlopige bijdrage op je inkomen van drie jaar terug, 2019. Van zodra je inkomen van 2022 gekend is (ergens in de loop van 2024), zal je sociaal verzekeringsfonds het bedrag van je definitieve bijdragen voor 2022 berekenen. Op dat ogenblik zal de “regularisatie” worden uitgevoerd, wat inhoudt dat je ofwel moet bijbetalen, ofwel geld terugkrijgt.

In het eerste kwartaal van het jaar ontvang je een afrekening van je sociaal verzekeringsfonds met een voorstel van je sociale bijdrage. Deze bijdrage zal voorlopig berekend worden op je inkomen van drie jaar terug. Als je al een zicht hebt op je definitief inkomen van het jaar zelf, en je denkt dat dit hoger zal zijn dan drie jaar terug, dan kan je je voorlopige bijdrage laten verhogen.

Je neemt contact op met je sociaal verzekeringsfonds en je laat ons weten op welk inkomen je verhoogde bijdragen wil betalen. Wij berekenen je bijdragen dan op het voorgestelde inkomen.

Opgelet! Je kan enkel bijbetalen als er geen openstaande schulden zijn.

In het eerste kwartaal van het jaar ontvang je een afrekening van je sociaal verzekeringsfonds met een voorstel van je sociale bijdrage. Deze bijdrage zal voorlopig berekend worden op je inkomen van drie jaar terug. Als je al een zicht hebt op je definitief inkomen van het jaar zelf, en je denkt dat dit lager zal zijn dan drie jaar terug, dan kan je je voorlopige bijdrage laten verlagen.

Je kan aan je sociaal verzekeringsfonds vragen om je sociale bijdragen te verlagen. Hiervoor moet je rekening houden met volgende voorwaarden:

  • sinds 2022 kan je je sociale bijdragen vrij laten zakken naar een later inkomen zonder rekening te houden met drempels, wel rekening houdend met de vastgestelde minimum drempels van bepaalde categorieën.
  • je moet je aanvraag indienen via een standaardformulier met motivering en verklaring op eer of online via het e-dossier my avixi.
  • de aanvraag moet met objectieve elementen gestaafd kunnen worden.
  • De bewijzen moeten ter beschikking gehouden worden zodat zij op verzoek van het sociaal verzekeringsfonds bezorgd  kunnen worden voor een eventuele controle door bij voorbeeld de overheid. Objectieve elementen zijn mogelijk: gezondheidsproblemen, ziekenhuisopname, bevalling, vermindering van de omvang van de activiteit, dalende trend van de inkomsten, faillissement van een belangrijke klant, …

Een aanvraag kan voor meer dan één kalenderjaar aangevraagd worden maar dit moet uitdrukkelijk vermeld en op eer verklaard worden. Er moet bijzondere aandacht gegeven worden aan de situatie van het inkomen per jaar.

Opgelet: als op het ogenblik van de definitieve afrekening van je sociale bijdragen blijkt dat je inkomsten hoger zijn dan de toegepaste vermindering, zullen de nog verschuldigde bijdragen verhoogd worden met 3% per kwartaal en 7% per jaar. Je klantenbeheerder kan je hierover meer uitleg geven.

Wat zijn sociale bijdragen?  Als werknemer wordt er een deel van je brutoloon aan de sociale zekerheid gestort door de werkgever.  Als zelfstandige moet je dit zelf doen op basis van je inkomsten uit je zelfstandige activiteit. Je sociaal verzekeringsfonds volgt dit op voor jou.

Sociale bijdragen zijn in het geval van bijberoepers solidariteitsbijdragen waarmee je geen sociale rechten opbouwt. Je bouwt die op vanuit het stelsel als werknemer of vanuit uitkeringen.  Betaal je in bijberoep wel sociale bijdragen die minstens evenveel bedragen als de minimumbijdragen van een zelfstandige in hoofdberoep dan kan je toch aanspraak maken op bepaalde rechten.

Je betaalt als bijberoeper net als de zelfstandige in hoofdberoep 20,5 % van je netto belastbaar zelfstandige inkomen.  Onder de grens van 1 621,72 euro (2022) betaal je geen sociale bijdragen.

Als startende zelfstandige in bijberoep zal je de voorlopige sociale bijdragen aangeboden krijgen die berekend zijn op de grens van 1 621,72 euro.  Je kan wel een vrijstelling van deze minimum bijdragen aanvragen indien je verwacht dat je jaarinkomen minder dan dit bedrag zal zijn.  Let op: het gaat hier om een aanvraag vermindering van sociale bijdragen waar bepaalde voorwaarden verbonden zijn.  Als uiteindelijk blijkt dat je inkomen toch hoger uitvalt dan zullen hierop wettelijke verhogingen moeten betaald worden.

Als je financiële problemen hebt, contacteert je het best je klantenbeheerder om samen naar een oplossing te zoeken. De mogelijkheden zijn:

  • afbetalingsplan om je betalingen te spreiden
  • aanvraag tot kwijtschelding van de verhogingen
  • vrijstelling van de bijdragen

Alle vennootschappen die onderworpen zijn aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting van de niet-verblijfshouders moeten, binnen de 3 maand na oprichting, aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en een jaarlijkse bijdrage betalen. Deze verplichting vervalt van zodra de vennootschap zich in volgende toestand bevindt:

  • bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel failliet verklaard zijn;
  • het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk akkoord dat door de Rechtbank van Koophandel werd gehomologeerd en niet werd vernietigd of ontbonden;
  • zich bevindt in een toestand van vereffening en de vereffeningswijze gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad.

De bijdrage is afhankelijk van het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar. Dit balanstotaal wordt ons door de Nationale Bank van België via het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) ter beschikking gesteld.

Starten als zelfstandige?

Start hier in een handomdraai je eigen zaak met de online-tool van avixi.

Start nu
Contact

Heb je nog een vraag?

Contacteer je klantenbeheerder:

Mechelen op 015 45 12 60
Brugge op 050 40 65 65
Hasselt op 011 22 27 46

Of stuur een bericht via email naar info@avixi.be.

Contact