Coronacrisis: steunmaatregelen in 2021


Hier vind je informatie over de steunmaatregelen in 2021 voor zelfstandigen in het kader van het sociaal statuut die zijn getroffen door het Coronavirus.

  1. Eenmalige premie
  2. Het crisis-overbruggingsrecht gedwongen sluiting
  3. Het crisis-overbruggingsrecht omzetdaling
  4. Het crisis-overbruggingsrecht quarantaine/zorgen voor een kind
  5. Het klassiek overbruggingsrecht
  6. Uitstel sociale bijdragen
  7. Vrijstelling sociale bijdragen
  8. Vermindering sociale bijdragen

1. Eenmalige premie

Wie heeft recht op de premie?

  • Zelfstandigen en helpers in hoofdberoep
  • Meewerkende echtgenoot maxistatuut
  • Student-zelfstandigen, die evenveel bijdragen betalen als een hoofdberoep

Om voor deze premie in aanmerking te komen, zal de zelfstandige minstens 6 maandelijkse uitkeringen crisis-overbruggingsrecht moeten hebben genoten tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot 30 april 2021. Deze maanden dienen niet noodzakelijk opeenvolgend te zijn.

Het gaat dus om deze uitkeringen:

  • het enkel en dubbel crisis-overbruggingsrecht gedwongen sluiting
  • het heropstart overbruggingsrecht (relance-uitkering)
  • het crisis-overbruggingsrecht wegens omzetdaling

Deze uitkeringen tellen niet mee:

  • het crisis-overbruggingsrecht quarantaine
  • het crisis-overbruggingsrecht zorg voor een kind
  • het klassiek overbruggingsrecht
  • een onterecht ontvangen uitkering die teruggevorderd werd.

Hoeveel bedraagt de premie?

Het bruto-bedrag van deze eenmalige premie bedraagt 598,80 euro. Deze premie wordt belast aan 16.5% tenzij het globaal tarief voordeliger is. Bij een belasting van 16,5% hou je netto 500 euro over.

Deze premie wordt gelijkgesteld met een uitkering overbruggingsrecht. Ze telt niet mee voor de toepassing van het cumulatieplafond. Deze premie heeft ook geen invloed op je andere sociale uitkeringen.

Moet je zelf een aanvraag indienen?

Je moet zelf geen aanvraag indienen. Na controle van de toekenningsvoorwaarden, zal je sociaal verzekeringsfonds avixi uiterlijk op 30 september 2021 overgaan tot de betaling ervan.

2. Het crisis-overbruggingsrecht gedwongen sluiting

Deze steunmaatregel wordt verlengd tot en met 31 maart 2022 voor de zelfstandigen die rechtstreeks onder de gedwongen sluitingsmaatregelen vallen. Zelfstandigen wiens activiteiten hoofdzakelijk afhankelijk zijn van een sector die verplicht gesloten is komen niet aanmerking.

De zelfstandigen die een gedeelte van hun zelfstandige activiteiten verderzetten, onder de vorm van take-away of click&collect, komen niet in aanmerking.

Het bedrag van de uitkering hangt af van de duur van de gedwongen sluiting.
– Zelfstandigen, die hun activiteit gedwongen moeten sluiten gedurende minstens 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand, krijgen een dubbele uitkering.
– Zelfstandigen, die hun activiteit gedwongen moeten sluiten gedurende minder dan 15 opeenvolgende kalenderdagen per maand, krijgen de gewone uitkering.

Voor de maand november 2021 kan je als uitbater van een discotheek of danscafé rekenen op de helft van de enkele uitkering crisis-overbruggingsrecht, omdat je minder dan 15 dagen verplicht was te sluiten in deze maand. – Aanvragen is niet meer mogelijk, uiterste aanvraagdatum was 30/06/2022.

Voor december hebben enkel discotheken, dancings, binnenspeeltuinen en organisatoren van grote evenementen recht op deze uitkering. Opgelet: enkel de organisatoren van grote evenementen die hun evenementen annuleren omwille van het feit dat er slechts 200 personen tegelijk aanwezig mogen zijn, komen in aanmerking. Zelfstandigen die menen afhankelijk te zijn van deze sector, komen niet in aanmerking.

Een aanvraag voor december 2021 kan niet meer ingediend worden. De uiterste aanvraagdatum was 30/06/2022.

Tot oktober 2021 waren onderstaande voorwaarden van toepassing

Deze premie kan nog aangevraagd worden voor:

  • april, mei, juni: uiterlijk 31.12.2021 niet meer van toepassing
  • juli, augustus, september: uiterlijk 31.03.2022 niet meer van toepassing

Wie had recht op het dubbel crisis-overbruggingsrecht?

  • Zelfstandigen die rechtstreeks verplicht moesten sluiten door de beslissingen van de overheid en die om die reden hun volledige zelfstandige activiteit moesten onderbreken, hebben recht op de dubbele uitkering. Zij mogen daarnaast geen andere zelfstandige activiteit uitoefenen, met uitzondering van take-away, click&collect, nachtwinkels.
  • Zelfstandigen die afhankelijk waren van verplicht gesloten sectoren en die hun volledige zelfstandige activiteit moesten onderbreken hebben eveneens recht op de dubbele financiële uitkering.
    • Opgelet: indien zij hun zelfstandige activiteit niet volledig onderbreken, vallen zij niet meer terug op de ‘enkele’ uitkering (zoals in oktober, november en december 2020 wel het geval was). Zij kunnen een aanvraag indienen voor het overbruggingsrecht omzetdaling dat in werking treedt op 1 januari 2021.
  • Voor de maand maart en april: de niet-essentiële winkels mogen hun activiteiten verderzetten, doch enkel via een systeem van winkelen op afspraak, via een systeem van click&collect of via een systeem van leveren. Het hanteren van een afsprakensysteem is wel een beletsel voor de toekenning van de dubbele financiële uitkering. Concreet betekent dit:
    • voor de maand maart: de zelfstandige met een “niet-essentiële” winkel die vanaf 27 maart 2021 reeds een systeem van winkelen op afspraak ter beschikking stelde, komt niet in aanmerking voor de dubbele financiële uitkering. Hij kan wel een beroep doen op het overbruggingsrecht omzetdaling (omzetdaling van 40%).
    • voor de maand april: indien de “niet-essentiële” winkel in de periode van 1 april tot en met 25 april geopend blijft via het systeem van winkelen op afspraak komt de zelfstandige niet in aanmerking voor de dubbele financiële uitkering. Hij kan wel een beroep doen op het overbruggingsrecht omzetdaling (omzetdaling van 40%).
  • Voor de maand mei: zelfstandigen in de horeca, die toestemming krijgen om op 8 mei hun activiteiten gedeeltelijk te hervatten met de heropening van de terrassen, hebben voor de maand mei recht op het dubbele overbruggingsrecht. De reisbureaus hebben, ook met de opheffing van het reisverbod voor niet-essentiële reizen vanaf 19 april, voor de maand mei nog recht op de dubbele financiële uitkering.
  • Voor de maand juni: de reissector en de horecasector hebben in juni ook recht op het dubbele overbruggingsrecht, met inbegrip van restaurants die hun buitenterras al hebben geopend. Ook alle sectoren die vanaf 9 juni hun activiteiten kunnen hervatten, hebben recht op de dubbele uitkering voor de maand juni.
  • Voor de maanden juli en augustus: zelfstandigen actief in de evenementensector (bijvoorbeeld grote festivals, uitbaters grote concertzalen, enz.) en reisbureaus die uitsluitend reizen buiten de Europese Unie organiseren en nog steeds gedwongen zijn om hun volledige activiteit te onderbreken kunnen in bepaalde specifieke omstandigheden de dubbele financiële uitkering genieten.
  • Vanaf oktober 2021 is dit overbruggingsrecht niet meer van toepassing omdat er geen gedwongen sluitingen meer zijn.
  • Op de ministerraad van 10 december besloot de regering om het overbruggingsrecht wegens gedwongen sluiting opnieuw in te voeren vanaf december 2021. Deze uitkering geldt voor zelfstandigen die rechtstreeks onder de gedwongen sluitingsmaatregelen vallen.

Hoeveel bedraagt de dubbele uitkering?

Het dubbele bedrag voor zelfstandigen met een volledig crisis-overbruggingsrecht bedraagt:

Periode 01/01/2021 – 30/06/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
3.228,2 euro 2.583,38 euro

Periode vanaf 01/07/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
3.292,76 euro 2.635,04 euro

Periode vanaf 01/09/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
3.358,62 euro 2.687,74 euro

Het dubbele bedrag voor zelfstandigen met een gedeeltelijk crisis-overbruggingsrecht bedraagt:

Periode 01/01/2021 – 30/06/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
1.614,10 euro 1.291,69 euro

Periode vanaf 01/07/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
1.646,38 euro 1.317,52 euro

Periode vanaf 01/09/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
1.679,31 euro 1.343,87 euro

Voor wie is het bedrag met de volledige uitkering?

  • zelfstandigen en helpers in hoofdberoep;
  • meewerkende echtgenoten (maxistatuut);
  • zelfstandigen in bijberoep of met gelijkstelling bijberoep (art. 37) die minstens de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep betalen (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)
  • student-zelfstandigen die minstens de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep betalen (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)
  • actief gepensioneerde zelfstandigen, die hun pensioen niet opgenomen hebben en die voorlopige bijdragen betalen zoals een hoofdberoep (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)

Voor wie is het bedrag met de halve uitkering?

  • de zelfstandigen in bijberoep die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • de zelfstandigen met gelijkstelling bijberoep (artikel 37) die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 7.356,08 euro;
  • de student-zelfstandigen die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • de actieve gepensioneerde zelfstandigen die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen dat hoger is dan 7.021,29 euro.

Cumul met een ander vervangingsinkomen

  • Voor de maand januari is de cumul met een vervangingsinkomen niet toegestaan.
  • Voor de maand februari/maart is de cumul met een vervangingsinkomen wel toegestaan mits toepassing van het cumulplafond. De cumul met een vervangingsinkomen is voor alle zelfstandigen slechts toegestaan op voorwaarde dat de som van de voorziene financiële uitkering van het overbrugginsrecht en het andere vervangingsinkomen per maand het bedrag van de voorziene financiële uitkering niet overschrijdt. In geval van overschrijding zal het bedrag van de voorziene financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden ten belope van deze overschrijding.

Tot wanneer kan je een aanvraag indienen?

  • Aanvraag januari, februari, maart: uiterlijk 30.09.2021 – niet meer van toepassing
  • Aanvraag april, mei, juni: uiterlijk 31.12.2021 – niet meer van toepassing
  • Aanvraag juli, augustus, september: uiterlijk 31.03.2022 – niet meer van toepassing

In deze tabel van de overheid vind je een overzicht van sectoren en op welk overbruggingsrecht zij een beroep kunnen doen. De tabel geeft voorbeelden ter informatie en is niet exhaustief. (Ter info: de eerste en tweede kolom is voor gedwongen sluiting , de vierde kolom is het overbruggingsrecht omzetdaling).

3. Het crisis-overbruggingsrecht omzetdaling

Deze steunmaatregel wordt verlengd tot en met 31 maart 2022.

Het percentage van de omzetdaling voor de uitkering van december is verlaagd van 65% naar 40%.

Wie heeft recht op het crisis-overbruggingsrecht omzetdaling?

Zelfstandigen, die door de coronacrisis geconfronteerd worden met een aanzienlijk inkomensverlies, zonder dat zij verplicht werden hun zaak te sluiten, kunnen in 2021 het crisis-overbruggingsrecht omzetdaling vragen.

Om in aanmerking te komen moeten zelfstandigen tegelijkertijd voldoen aan deze 3 voorwaarden:

  • De zelfstandige moet een omzetdaling van 40% (aanvragen voor de maanden januari – september 2021 en december 2021) of 65% (aanvragen voor de maanden oktober en november 2021) aantonen in de kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarvoor de financiële uitkering wordt aangevraagd, in vergelijking met dezelfde kalendermaand van het refertejaar 2019.
    • Voorbeeld: voor een aanvraag ingediend in de maand januari 2021, moet er een omzetdaling van 40% zijn in de maand december 2020 ten opzichte van de maand december 2019.
    • Voor zelfstandigen die nog niet actief waren in de desbetreffende kalendermaand van 2019 of wier omzetcijfers abnormaal laag bleken te zijn omwille van ‘overmacht’ (zoals bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of moederschapsrust), kan er rekening gehouden worden met de eerstvolgende volledige kalendermaand.
      • Voorbeeld: een zelfstandige wenst een aanvraag in te dienen voor de maand maart 2021, maar hij is slechts aangesloten sinds 15 mei 2019. Hij moet de cijfers van februari 2021 vergelijken met de cijfers van de maand juni 2019.
    • Indien betrokkene actief is in verschillende vennootschappen, moeten alle omzetcijfers worden samengeteld om te verifiëren of er een omzetdaling van 40 % of 65% is.
  • De zelfstandige moet zijn wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen daadwerkelijk hebben betaald gedurende ten minste vier van de zestien kwartalen voorafgaand aan het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de kalendermaand waarop de aanvraag betrekking heeft.
    • Een uitzondering wordt gemaakt voor “starters” die nog maar twaalf kwartalen of minder zijn onderworpen aan het sociaal statuut. Voor hen is het voldoende dat zij hun wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen gedurende ten minste twee kwartalen daadwerkelijk hebben betaald.
  • De zelfstandige mag gedurende diezelfde kalendermaand niet reeds de financiële uitkering genieten via het crisis-overbruggingsrecht gedwongen sluiting.

De omzetdaling wordt in eerste instantie bewezen aan de hand van een verklaring op eer op het aanvraagformulier. Nadien worden de cijfers uit de aanvraag vergeleken met de officiële BTW-gegevens. Als er een verschil is, dan wordt het dossier verder onderzocht en kan er een terugvordering gebeuren.

Er is geen behoud van sociale rechten voorzien in het crisis-overbruggingsrecht. Voor de periode waarin er een crisis-overbruggingsrecht betaald wordt is er geen vrijstelling van sociale bijdragen met een volledig behoud van je sociale rechten. Je sociale bijdragen blijven verschuldigd voor deze kwartalen en je bent maar in orde met je sociaal statuut na de betaling van je sociale bijdragen, tenzij je uitstel van betaling hebt aangevraagd. Dan blijf je verzekerd gedurende de periode waarin het uitstel van betaling loopt.

Hoeveel bedraagt de volledige uitkering?

Periode 01/01/2021 – 30/06/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
1.614,10 euro 1.291,69 euro

Periode vanaf 01/07/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
1.646,38 euro 1.317,52 euro

Periode vanaf 01/09/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
1.679,31 euro 1.343,87 euro

Hoeveel bedraagt de halve uitkering?

Periode 01/01/2021 – 30/06/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
807,05 euro 645,85 euro

Periode vanaf 01/07/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
823,19 euro 658,76 euro

Periode vanaf 01/09/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
839,65 euro 671,94 euro

Voor wie is het bedrag met de volledige uitkering?

  • zelfstandigen en helpers in hoofdberoep;
  • meewerkende echtgenoten (maxistatuut);
  • zelfstandigen in bijberoep of met gelijkstelling bijberoep (art. 37) die minstens de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep betalen (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)
  • student-zelfstandigen die minstens de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep betalen (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)
  • actief gepensioneerde zelfstandigen, die hun pensioen niet opgenomen hebben en die voorlopige bijdragen betalen zoals een hoofdberoep (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)

Voor wie is het bedrag met de halve uitkering?

  • de zelfstandigen in bijberoep die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • de zelfstandigen met gelijkstelling bijberoep (artikel 37) die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 7.356,08 euro;
  • de student-zelfstandigen die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • de actieve gepensioneerde zelfstandigen die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen dat hoger is dan 7.021,29 euro.

Cumul met een ander vervangingsinkomen

De cumul met een vervangingsinkomen is toegestaan mits toepassing van het cumulplafond. De cumul met een vervangingsinkomen is voor alle zelfstandigen slechts toegestaan op voorwaarde dat de som van de voorziene financiële uitkering van het overbrugginsrecht en het andere vervangingsinkomen per maand het bedrag van de voorziene financiële uitkering niet overschrijdt. In geval van overschrijding zal het bedrag van de voorziene financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden ten belope van deze overschrijding.

Tot wanneer kan je een aanvraag indienen?

  • Aanvraag januari, februari, maart: uiterlijk 30.09.2021 (niet meer mogelijk)
  • Aanvraag april, mei, juni: uiterlijk 31.12.2021 (niet meer mogelijk)
  • Aanvraag juli, augustus, september: uiterlijk 31.03.2022 (niet meer mogelijk)
  • Aanvraag oktober, november, december: uiterlijk 30.06.2022 (niet meer mogelijk)
  • Een aanvraag moet elke maand opnieuw worden ingediend met de noodzakelijke omzetcijfers.

In deze tabel van de overheid vind je een overzicht van sectoren en op welk overbruggingsrecht zij een beroep kunnen doen. De tabel geeft voorbeelden ter informatie en is niet exhaustief. (Ter info: de eerste en tweede kolom is voor gedwongen sluiting , de vierde kolom is het overbruggingsrecht omzetdaling).

4. Het overbruggingsrecht quarantaine / zorgen voor een kind

Deze steunmaatregel wordt verlengd tot en met 30 juni 2022.

Wie heeft recht op het crisis-overbruggingsrecht quarantaine / zorgen voor kinderen?

Er zijn geen voorwaarden inzake voorafgaande verzekeringsplicht of effectieve bijdragebetaling.

Quarantaine

  • Zelfstandigen die, weliswaar geschikt om te werken, in quarantaine of isolatie worden geplaatst en daardoor hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen volledig moeten onderbreken.
  • Zij moeten een quarantaine-attest voorleggen op hun naam of op naam van een persoon die op hetzelfde adres is ingeschreven.
  • Zelfstandigen die hun zelfstandige activiteit van thuis uit kunnen organiseren of bewust afgereisd zijn naar een land of een gebied dat zich in een rode zone bevindt op het ogenblik van vertrek, komen niet in aanmerking.

Zorgen voor kinderen

Zelfstandigen die hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 kalenderdagen volledig moeten onderbreken omdat zij moeten instaan voor de zorg van hun kinderen in bepaalde omstandigheden:

  • Zorg voor een kind van minder dan 18 jaar dat met hem samenwoont (situatie van co-ouderschap inbegrepen) dat niet naar het kinderdagverblijf of de school kan gaan, omdat:
    • Het kind zich in quarantaine of isolatie bevindt: voorleggen van een quarantaine attest.
    • Het kinderdagverblijf, de klas of de school is volledig of gedeeltelijk gesloten (uitzondering schoolvakantieperiodes) voorleggen van een schoolattest.
    • Het kind is verplicht om op afstand de lessen te volgen: voorleggen van een schoolattest.
    • Het kind moet opgevangen worden gedurende de vijf schooldagen van de extra week kerstvakantie (periode van 20december tot en met 24 december 2021 voor lagere scholen en kleuterscholen).
  • Zorg voor een gehandicapt kind dat hij ten laste heeft, ongeacht de leeftijd van dat kind, omdat het kind niet naar een centrum voor opvang van gehandicapte personen kan gaan: voorleggen van een attest van het opvangcentrum.

De zelfstandigen die hun zelfstandige activiteit onderbreken omwille van de zorg voor hun kind moeten aantonen dat zij deze activiteit gedurende minstens 7 kalenderdagen tijdens een kalendermaand onderbreken. De dagen hoeven echter niet opeenvolgend te zijn, maar moeten zich in éénzelfde kalendermaand bevinden.

Tijdelijke regeling zorg voor een kind

  1. Sluiting van de scholen (periode van 20 december tot en met 24 december 2021): deze 5 dagen (waarin de kleuterscholen en lagere scholen gesloten zijn) worden beschouwd als een onderbreking van de activiteit gedurende 7 opeenvolgende kalenderdagen. Indien deze dagen achtereenvolgend door de zelfstandige worden opgenomen om voor een kind te zorgen, dan heeft de zelfstandige recht op een uitkering (ook al betreffen het geen 7 kalenderdagen in één kalendermaand).
  2. Sluiting van de scholen (periode van 29 maart tot en met 4 april 2021): deze 5 dagen (waarin de scholen gesloten zijn) worden beschouwd als een onderbreking van de activiteit gedurende 7 opeenvolgende kalenderdagen. Indien deze dagen achtereenvolgend door de zelfstandige worden opgenomen om voor een kind te zorgen, dan heeft de zelfstandige recht op een uitkering (ook al betreffen het geen 7 kalenderdagen in één kalendermaand).
  3. Kleuterscholen die open blijven (periode van 29 maart tot en met 4 april 2021): de uitkering voor de zorg voor een kind kan in deze periode worden toegekend aan zelfstandigen die een kind (dat met hen samenwoont) niet naar de kleuterschool laten gaan, voor de dagen waarop hij/zij zelf instaat voor de opvang. Indien deze dagen achtereenvolgend door de zelfstandige worden opgenomen om voor een kind te zorgen, dan heeft de zelfstandige recht op een uitkering (ook al betreffen het geen 7 kalenderdagen in één kalendermaand).
  4. Kinderdagverblijven die open blijven (periode van 29 maart tot 18 april 2021): de uitkering voor de zorg voor een kind kan worden toegekend aan zelfstandigen die een kind (dat met hen samenwoont) niet naar het kinderdagverblijf laten gaan, voor de dagen waarop hij/zij zelf instaat voor de opvang voor de dagen waarop het kind normaal ingeschreven is in het kinderdagverblijf.
  5. Geannuleerde sport- en vakantiekampen (tijdens de paasvakantie): de zelfstandige die, als gevolg van de volledige of gedeeltelijke annulatie van een vakantiekamp of een buitenschoolse opvang in georganiseerd verband, tijdens de paasvakantie een minderjarig kind dat met hem samenwoont zelf moet opvangen, kan voor de dagen waarop hij instaat voor de opvang van het kind aanspraak maken op de financiële uitkering zorg voor een kind. Hier geldt wel de voorwaarde dat het kind ten laatste op 18 maart 2021 ingeschreven was voor het kamp of voor de georganiseerde buitenschoolse opvang die werd geannuleerd.

Het moet gaan om een volledige onderbreking van de zelfstandige activiteit. Zelfstandigen die hun zelfstandige activiteit van thuis uit kunnen organiseren, komen niet in aanmerking.

In tegenstelling tot het klassieke overbruggingsrecht is er geen “behoud van sociale rechten” voorzien in het crisis-overbruggingsrecht. Voor de maanden en kwartalen waarin er een crisis-overbruggingsrecht betaald wordt is er geen vrijstelling van sociale bijdragen met een volledig behoud van je sociale rechten.

Hoeveel bedraagt de volledige uitkering?

Periode 01/01/2021 – 30/06/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
28 dagen of meer 1.614,10 euro 1.291,69 euro
Tussen 21 en 27 dagen 1.210,58 euro 968,77 euro
Tussen 14 en 20 dagen 807,05 euro 645,84 euro
Tussen 7 en 13 dagen 403,53 euro 322,92 euro
Minder dan 7 dagen 0 euro 0 euro

Periode vanaf 01/07/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
28 dagen of meer 1.646,38 euro 1.317,52 euro
Tussen 21 en 27 dagen 1.234,79 euro 988,14 euro
Tussen 14 en 20 dagen 823,19 euro 658,76 euro
Tussen 7 en 13 dagen 411,60 euro 329,38 euro
Minder dan 7 dagen 0 euro 0 euro

Periode vanaf 01/09/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
28 dagen of meer 1.679,31 euro 1.343,87 euro
Tussen 21 en 27 dagen 1.259,49 euro 1.007,90 euro
Tussen 14 en 20 dagen 839,65 euro 671,94euro
Tussen 7 en 13 dagen 419,83 euro 335,97 euro
Minder dan 7 dagen 0 euro 0 euro

Hoeveel bedraagt de halve uitkering?

Periode 01/01/2021 – 30/06/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
28 dagen of meer 807,05 euro 645,84 euro
Tussen 21 en 27 dagen 605,29 euro 484,39 euro
Tussen 14 en 20 dagen 403,53 euro 322,92 euro
Tussen 7 en 13 dagen 201,77 euro 161,46 euro
Minder dan 7 dagen (0%) 0 euro 0 euro

Periode vanaf 01/09/2021

Met gezinslast Zonder gezinslast
28 dagen of meer 839,65 euro 671,94euro
Tussen 21 en 27 dagen 629,74euro 503,95 euro
Tussen 14 en 20 dagen 419,83 euro 335,97 euro
Tussen 7 en 13 dagen 209,92 euro 167,98 euro
Minder dan 7 dagen (0%) 0 euro 0 euro

Voor wie is het bedrag met de volledige uitkering?

  • zelfstandigen en helpers in hoofdberoep;
  • meewerkende echtgenoten (maxistatuut);
  • zelfstandigen in bijberoep of met gelijkstelling bijberoep (art. 37) die minstens de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep betalen (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)
  • student-zelfstandigen die minstens de minimumbijdrage van een zelfstandige in hoofdberoep betalen (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)
  • actief gepensioneerde zelfstandigen, die hun pensioen niet opgenomen hebben en die voorlopige bijdragen betalen zoals een hoofdberoep (dit is op een netto belastbaar jaarinkomen van minimum 14.042,57 euro)

Voor wie is het bedrag met de halve uitkering?

  • de zelfstandigen in bijberoep die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • de zelfstandigen met gelijkstelling bijberoep (artikel 37) die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 7.356,08 euro;
  • de student-zelfstandigen die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • de actieve gepensioneerde zelfstandigen die voorlopige bijdragen betalen op een inkomen dat hoger is dan 7.021,29 euro.

Cumul met een ander vervangingsinkomen

De cumul met een vervangingsinkomen is toegestaan mits toepassing van het cumulplafond. De cumul met een vervangingsinkomen is voor alle zelfstandigen slechts toegestaan op voorwaarde dat de som van de voorziene financiële uitkering van het overbrugginsrecht en het andere vervangingsinkomen per maand het bedrag van de voorziene financiële uitkering niet overschrijdt. In geval van overschrijding zal het bedrag van de voorziene financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden ten belope van deze overschrijding. Het cumulplafond wordt steeds op maandbasis bekeken, ook al betreffen de onderbrekingen niet noodzakelijk dezelfde periode.

Tot wanneer kan je een aanvraag indienen?

  • Aanvraag januari, februari, maart: uiterlijk 30.09.2021 – niet meer van toepassing
  • Aanvraag april, mei, juni: uiterlijk 31.12.2021 – niet meer van toepassing
  • Aanvraag juli, augustus, september: uiterlijk 31.03.2022 – niet meer van toepassing
  • Aanvraag oktober, november, december: uiterlijk 30.06.2022 – niet meer van toepassing
  • Voor elke onderbrekingsperiode moet opnieuw een aanvraag worden ingediend met een noodzakelijk attest.

5. Het klassiek overbruggingsrecht

Deze steunmaatregel wordt verlengd tot en met 30 september 2021. Vanaf oktober 2021 is deze tijdelijke versoepeling niet meer van toepassing.

Gebeurtenis met economische impact

Als je door een gebeurtenis met economische impact of een beslissing van een derde economische actor je activiteit gedurende minstens 7 dagen volledig moet stopzetten, kan je ook een beroep doen op het klassiek overbruggingsrecht. De coronacrisis wordt ook beschouwd als een gebeurtenis met economische impact.

Voorwaarden

Om aanspraak te maken op het klassiek overbruggingsrecht, moet je aan deze voorwaarden voldoen:

  1. Je was zelfstandige in hoofdberoep of meewerkende echtgenoot (maxistatuut) gedurende het kwartaal waarin het feit zich voordeed én minstens de drie daaraan voorafgaande kwartalen.
  2. Je was tijdens diezelfde kwartalen sociale bijdragen verschuldigd
  3. Je hebt minstens vier kwartaalbijdragen betaald in de loop van de voorafgaande zestien kwartalen (het gaat hier om effectief betaalde bijdragen, vrij- of gelijkgestelde kwartalen tellen niet mee).
  4. Je hebt geen enkele beroepsactiviteit
  5. Je bent jonger dan 65 jaar en kan geen aanspraak maken op een vervangingsinkomen (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen …).
  6. Je hebt je hoofdverblijfplaats in België.

Uitkering

Indien de zelfstandige alle voorwaarden in het kader van de derde pijler voldoet, kan betrokkene een uitkering genieten afhankelijk van de periode van de quarantaine en het al dan niet hebben gezinslast.

  • Indien de zelfstandige gedurende 14 dagen zijn zelfstandige activiteit volledig moet onderbreken omwille van bovenvermelde redenen bedraagt de uitkering 839,65 euro (met gezinslast) en 671,94 euro (zonder gezinslast).
  • Indien de zelfstandige gedurende 7 dagen zijn zelfstandige activiteit volledig moet onderbreken omwille van bovenvermelde redenen bedraagt de uitkering 419,83 euro (met gezinslast) en 335,97 euro (zonder gezinslast).
  • Indien de zelfstandige gedurende minder dan 7 dagen zijn zelfstandige activiteit volledig moet onderbreken omwille van bovenvermelde redenen, is er geen recht op uitkering.

Tijdelijke versoepeling coronacrisis

Tijdens de coronacrisis worden bepaalde voorwaarden van het klassiek overbruggingsrecht versoepeld voor gebeurtenissen tussen 1 april 2020 en 30 september 2021.

  • De cumul met een vervangingsinkomen wordt tijdelijk mogelijk, maar de som van beide uitkeringen wordt beperkt tot het bedrag van het overbruggingsrecht.
  • Het behoud van de sociale rechten wordt tijdelijk uitgebreid tot het pensioenrecht vanaf het vierde kwartaal van 2020.
  • Voor een starter volstaat het dat er 2 kwartalen bijdragen betaald zijn in plaats van 4. Een starter is iemand die maximum 12 kwartalen onderworpen is.
  • Voor feiten, die zich hebben voorgedaan tussen 1 april 2020 en 31 december 2020, wordt de aanvraagtermijn tijdelijk verlengd van 2 naar 4 kwartalen.
  • Wanneer de tijdelijke onderbreking gevolgd wordt door een definitieve stopzetting, dan wordt het klassiek overbruggingsrecht toegekend vanaf de definitieve stopzetting. De uitkeringen voor de tijdelijke onderbreking worden hier niet van afgetrokken.

6. Uitstel sociale bijdragen

Niet meer van toepassing.

De overheid heeft deze steunmaatregel voorlopig niet verlengd. De aanvragen uitstel van bijdragen voor de voorlopige bijdragen van het vierde kwartaal van 2021 en de regularisatiebijdragen voor kwartalen van 2018 en/of 2019 en/of 2020 kwartalen die vervallen op 31 december 2021 moesten ingediend worden voor 15 december 2021.

De steunmaatregel die van toepassing was:

Alle categorieën van zelfstandigen, die getroffen worden door de gevolgen van het coronavirus, kunnen (met één jaar) uitstel van betaling van hun sociale bijdragen krijgen.

De maatregel geldt voor:

  • de voorlopige bijdragen van:
    • het eerste, tweede en derde kwartaal van 2021 (de aanvraagtermijn is verstreken, een aanvraag kan niet meer ingediend worden).
    • het vierde kwartaal van 2021
  • de regularisatiebijdragen voor:
    • kwartalen van 2018, 2019 of 2020 die vervallen op 31 maart 2021 of op 30 juni 2021 of op 30 september 2021 (de aanvraagtermijn is verstreken, een aanvraag kan niet meer ingediend worden).
    • kwartalen van 2018, 2019 of 2020 die vervallen op 31 december 2021

De betalingstermijnen zien er dan als volgt uit:

  • betaling van de bijdrage voor het eerste kwartaal 2021 en van de regularisatiebijdragen 2018 en 2019 die vervallen op 31 maart 2021: uiterlijk voor 31 maart 2022.
  • betaling van de bijdrage voor het tweede kwartaal 2021 en van regularisatiebijdragen 2018 en 2019 die vervallen op 30 juni 2021: uiterlijk voor 30 juni 2022.
  • betaling van de bijdrage voor het derde kwartaal 2021 en van regularisatiebijdragen 2018 en/of 2019 en/of 2020 die vervallen op 30 september 2021: uiterlijk voor 30 september 2022.
  • betaling van de bijdrage voor het vierde kwartaal 2021 en van regularisatiebijdragen 2018 en/of 2019 en/of 2020 die vervallen op 31 december 2021: uiterlijk voor 15 december 2022.

De maatregel geldt niet geldt voor reeds betaalde bijdragen.

In die periode zullen er geen verhogingen aangerekend worden en heeft dit geen invloed op uitkeringen. Als de betrokken bijdragen niet volledig betaald zijn binnen de voorziene termijn, zijn er verhogingen op de betreffende kwartalen verschuldigd en zullen onrechtmatig genoten uitkeringen worden teruggevorderd.

Waar moet je rekening mee houden?

  • Als, na het uitstel, de betrokken bijdragen niet volledig betaald zijn binnen de aangepaste termijnen, zijn er verhogingen verschuldigd.
  • Er wordt geen fiscaal attest afgeleverd voor bijdragen die in 2021 niet betaald zijn.
  • Volgend jaar zal je deze kwartalen moeten betalen en krijg je voor deze (betaalde) kwartalen een fiscaal attest.

Tot wanneer kan je een aanvraag indienen?

  • Voor 15 maart 2021: eerste kwartaal 2021 en regularisatiebijdrage van 2018 en 2019 die vervalt op 31 maart 2021. – niet meer van toepassing
  • Voor 15 juni 2021: tweede kwartaal 2021 en regularisatiebijdrage van 2018 en 2019 die vervalt op 30 juni 2021. – niet meer van toepassing
  • Voor 15 september 2021: derde kwartaal 2021 en regularisatiebijdrage van 2018 en/of 2019 en/of 2020 die vervalt op 30 september 2021. – niet meer van toepassing
  • Voor 15 december 2021: vierde kwartaal 2021 en regularisatiebijdrage van 2018 en/of 2019 en/of 2020 die vervalt op 31 december 2021. – niet meer van toepassing

7. Vrijstelling sociale bijdragen

Er zijn versoepelingen bij het aanvragen van vrijstelling van bijdragen door de zelfstandigen die grote moeilijkheden ondervinden ingevolge de coronacrisis.

Zelfstandigen en helpers in hoofdberoep, meewerkende echtgenoten ( maxistatuut), (primo)starters, student-zelfstandigen (met minimumbijdragen hoofdberoep) en gepensioneerden met een zelfstandige activiteit kunnen een vrijstelling aanvragen.

Tijdens de coronacrisis kunnen ook startende zelfstandigen, die nog geen vier kwartalen zelfstandige zijn, een vrijstelling aanvragen.

Je kan nog vrijstelling onder versoepelde corona-voorwaarden aanvragen voor:

  • de voorlopige bijdrage van het derde kwartaal 2021
  • de voorlopige bijdrage van het vierde kwartaal 2021
  • de regularisatiebijdragen van 2018 en/of 2019 en/of 2020 met vervaldag op 31 december 2021.

Waar moet je rekening mee houden?

  • Je verliest je pensioenrechten voor deze kwartalen.
  • Als je vrijstelling krijgt blijf je in orde met de kinderbijslag en met de ziekteverzekering.
  • De premie van het Vrij Aanvullend Pensioen is niet fiscaal aftrekbaar.

Het is steeds mogelijk om een vrijstelling van bijdragen aan te vragen, zelfs als er in eerste instantie om uitstel is gevraagd.

Tot wanneer kan je een aanvraag indienen?

De aanvraag moet ingediend worden binnen de 12 maanden volgend op het einde van elk betrokken kwartaal. Ook voor de regularisatiebijdragen heb je telkens een jaar de tijd om je aanvraag in te dienen. De termijn van twaalf maanden gaat in op de eerste dag van het kalenderkwartaal dat volgt op het kwartaal waarin je de bijdrageherziening hebt ontvangen.

8. Vermindering sociale bijdragen

Zelfstandigen die moeilijkheden ondervinden ten gevolge van het coronavirus, kunnen een vermindering vragen van hun voorlopige sociale bijdragen voor het jaar 2021 als hun beroepsinkomsten lager liggen dan één van de wettelijke drempels.

De verlaging van de sociale bijdrage kan niet vrij worden gekozen. Verlaging is maar mogelijk als het inkomen daalt onder één van de wettelijke drempels. Het is dus niet voldoende dat jouw inkomen gedaald is, maar wel dat het gedaald is onder één van deze drempels.

Dit zijn de inkomensdrempels 2021 waarop een voorlopige verminderde bijdrage kan gevraagd worden:

Hoofdberoep

€ 14.042,57 | € 17.692,54 | € 22.291,20 |€ 28.085,15 | € 39.718,41 | € 56.170,30

Bijberoep

€ 1.553,58 | € 7.356,08
overige drempels zie hoofdberoep

Meewerkende partner

€ 6.168,90
overige drempels zie hoofdberoep

Student zelfstandige

€ 7.021,29 | € 10.531,92
overige drempels zie hoofdberoep

Art. 37 (gehuwden, weduwen, weduwnaars)

€ 1.553,58 | € 7.356,08
overige drempels zie hoofdberoep

Gepensioneerden

€ 3.107,17 | € 7.356,08
€ 6 797,00 | € 10 195,00 (deze drempels alleen bij vervroegd pensioen)
overige drempels zie hoofdberoep

Tot wanneer kan je een aanvraag indienen?

Je kan nu een aanvraag indienen voor je bijdragen 2021.

Een aanvraag indienen?

Via deze link vind je een overzicht van alle formulieren voor de verschillende steunmaatregelen.

Heb je nog een vraag?

Contact